Back to index

De kunst van de motorfotografie

 

MOTOGRAFIE

 

Een motor is een fallussymbool, een penisverlenger voor hopeloze macho’s wordt beweerd.
Vuurwapens zijn al evengoed metalen hulpstukken voor venten met een chronisch gebrek aan mannelijkheid.
En wat met de naaimachine van mijn moeder en de vaatwasser van mijn tante.
Gebrek aan vrouwelijkheid?

Een fotocamera is nog zoiets.
Ik loop altijd met een groot kanon rond.

Begrijp me niet verkeerd. Ik heb het over een telelens die ik gebruik om andere hopeloze zaken zoals snel voorbij scheurende motoren te fotograferen. Goed materiaal is natuurlijk behoorlijk cruciaal maar… grootte is niet altijd belangrijk. De sleutel tot goed resultaat is wat je met dat materiaal doet.

Shit, waar heb ik dat nog gehoord?

Enfin, we gaan het hier dus over fotografie hebben en meer bepaald het fotograferen van tweewielers al dan niet in beweging.

Net als een motor heeft een camera een voor- en achterzijde. Meestal kijk je door de achterkant. Andersom is vrij onnozel en al even belachelijk als achterstevoren op je motor zitten om je gashand te verbranden aan de hete rechter uitlaatpot maar dat wist U ongetwijfeld zelf al.
We gaan ons dus specialiseren.

Koop een Playboy

Een stilstaande motor fotograferen kan je een beetje vergelijken met het portretteren van een vrouw. Let maar eens op tijdschriften zoals P- Magazine of een Playboy en bekijk die foto’s eens. Al worden veel van die moordgrieten op de meest waanzinnige en exotische plaatsen gefotografeerd, veel is er van die achtergrond (strand, palmbomen, e.d.) eigenlijk niet zien.

De reden ligt voor de hand. Een drukke of sterk in het beeld tredende achtergrond maakt de foto tot een rommelhoop en leidt de aandacht af van het hoofdonderwerp, in ons geval de motor.

Vakantiefotootjes waar de motor voor één of ander kasteel of berglandschap wordt gefotografeerd, veranderen in een puinhoop waarin de stoere bepakte laagvlieger plots verdrinkt in een alles overheersende chaos van vlekken en kleuren. Werk met contrasten. Een zwarte motor zet je niet voor een steelkoolberg en een rooie Honda in de rode zee is ook niet meteen opvallend.

Laat de motor loskomen van zijn achtergrond.

Dat kan door contrasterende kleuren te gebruiken, met licht en schaduw te werken of te spelen met je “brandpuntsafstand”. Geef toe, dit is een moeilijk woord dat niet zou misstaan naast Balhoofdhoekverandering en klepspelingsafstelling.

De brandpuntsafstand is de afstand van het brandpunt tot aan het filmoppervlak. Het brandpunt is in principe het midden van de lens (dat stuk glas) die op je camera zit. Hoe langer de lens, hoe groter je brandpuntsafstand en hoe kleiner het gebied op je foto dat scherp zal zijn. Als je met een lange lens, een telelens dus, scherpstelt op je motor zal je achtergrond lichtjes onscherp worden en daardoor in veel gevallen minder storend werken.

Een ander systeem is om de brandpuntsafstand net zo kort mogelijk te houden. Een lens met een erg kort brandpunt, een groothoek, heeft immers de neiging om alles wat dichtbij staat, veel groter af te beelden. Op die manier tekent de voorgrond of in ons geval de motor zich veel beter van de achtergrond af.

Wie met een simpel wegwerkcameraatje werkt, heeft natuurlijk niet veel boodschap aan andere brandpunten en dient zich te behelpen met kleuren en contrasten. Meestal is het vaste lensje op en wegwerpcamera trouwens een lichte groothoek.

Een laatste middel om een voorwerp van de achtergrond los te maken is het gebruik van de flits. Plaats je motor tegenlicht en gebruik het flitslicht om de zwarte schaduwen op te helderen. Voor wie wat meer ervaring heeft, is dit een ideaal maar wat moeilijker systeem om schitterende foto’s te maken. De stralen van het tegenlicht vormen immers een lichte rand omheen je onderwerp zodat het als het ware wordt omlijnd met licht. Op die manier kan je dus een zwarte motor op een zwarte achtergrond toch mooi onderscheiden. Ik zou zelfs durven beweren dat de beste foto’s tegenlicht worden gemaakt al is het fotograferen van een zwart gat tegenover een kernexplosie van het goede teveel.

Belangrijk is ook het standpunt van waaruit je de motor fotografeert. De meeste mensen blijven gewoon rechtstaan en bekijken de motor van bovenuit. Als je de motorfiets aan de zijde van de zijpoot neemt, kijk je bijna recht bovenop de motor waardoor hij kleiner en veel minder mooi overkomt. Zak door je benen en ga desnoods voor je motor op de knieën of beter nog op je kont.

Jij ziet er lullig uit maar je motor des te knapper. Voor een knappe griet ga je ook onderuit.

Koop een tweede motor

Als de motor begint te rijden, wordt het natuurlijk allemaal een beetje moeilijker.

Hier helpt goed materiaal je sowieso een flinke stap vooruit. Toch kan je met het meest eenvoudige spul behoorlijke resultaten krijgen. Een schitterend landschap en een rijdende motor mooi in beeld krijgen is eenvoudiger dan je denkt, zeker wanneer je een tweede motor ter beschikking hebt. Zet de fotograaf achter op de tweede motor en rij gewoon naast elkaar.

De twee motoren staan t.o.v. elkaar eigenlijk gewoon stil zodat scherpstellen wel heel eenvoudig gaat. Wanneer je voldoende afstand neemt en een groothoek gebruikt, kan half België als achtergrond er mee op. Als je bij een geavanceerdere camera een lange sluitertijd gebruikt (de tijd dat de film belicht wordt), krijg je een snelheidseffect doordat de achtergrond gaat vegen.

En als de passagier dan toch de camera vast heeft, is het een kleine moeite om even een fotootje te nemen van het dashboard en de weg voor je. Zo’n foto’s kunnen heel indrukwekkend zijn en bieden op het gebied van scherpstelling of bewegingsonscherpte ook niet het minste probleem. Het dashboard staat immers voor de passagier stil. Als dat niet zo is, ben je zojuist van je motor gevallen of is je stalen ros net in twee gebroken.

Zorg hier wel dat de zon achter je staat.

Voor wie al eens van een ander standje houdt, is het een leuke variant om zich achterstevoren op de duozit te zetten en een motor achter je te fotograferen die aan dezelfde snelheid rijdt. Doe dat in een bocht en je krijgt prachtige foto’s. Denk er wel aan dat je de beste foto’s maakt zonder helm omdat je anders het toestel niet tegen je oog krijgt en je nauwelijks weet wat je op je beeld gaat krijgen. Als de piloot van de fotomotor echter stuntambities heeft of kost wat kost een wheelietje wil trekken, kan dit behoorlijk risky worden. Foto’s van je achterband of een afgeschuurd wegwerpcameraatje behoren tot de mogelijkheden. Weggooien kan je dat cameraatje dan sowieso.

De beste stuurlui staan aan wal en dat geldt bij het fotograferen van motoren ook. Wie vanaf de kant van de weg een voorbijrijdende motor wil fotograferen, heeft vooral nood aan een goed gevoel van timing.

Vooral als een motor recht op je af komt, wordt er je heel weinig tijd gegund om af te drukken. Hoe korter de brandpuntsafstand van je lens hoe korter de tijd dat de motor scherp in beeld blijft en hoe dichter je moet gaan staan om de motor beeldvullend in je camera te krijgen. Een goed actiefoto van een motor heeft immers veel motor in beeld. Een foto met daarop in de verte een stipje dat net zo goed een vlieg als een tweewieler kan zijn, is een slag in het water. Zelfs met een dikke telelens moet je wachten tot je het gevoel hebt dat de motor over je heen rijdt alvorens af te drukken.

Met een wegwerptoestelletje of ander simpel materiaal ben je aangewezen op sfeerfoto’s met achtergrond. Bij veel compact camera’s zit er immers een vertraging op het afdrukmechanisme (gebruikt om scherp te stellen) zodat je meer kans loopt maagdelijk asfalt op je film te krijgen dan wel daadwerkelijk één of twee wielen.

Laat frontale foto’s over aan iets geavanceerder materiaal. Een reflexcamera (camera waarmee je door de lens kijkt en niet door een gaatje ernaast) met minimum een 100 mm (brandpuntsafstand) is een goede start.

Laat de autofocus maar achterwege. Alleen Canon Eos 1 eigenaars met professionele lenzen en sommige Nikon-objectieven kunnen een recht op je af komende motor scherp in beeld houden. Stel op voorhand scherp op de plaats waar je de motor wil fotograferen. Vraag desnoods aan je motorrijdend fotomodel of hij even wil stilstaan zodat je perfect de juiste positie en dito scherpstelling kan bepalen. Afhankelijk van je brandpunt is een minimum sluitersnelheid van 1/500 van een seconde nodig om zeker een scherpe foto te verkrijgen. Voor brandpunten onder 200 mm ga je best naar 1/1000 van een seconde.

Laat je collega nu tot vervelens toe de desbetreffende bocht nemen en let op je timing. Sommige ontspanknoppen hebben enkele tienden van een seconde nodig alvorens de sluiter te activeren en dat kan voldoende zijn om de misser van je leven te maken. Oefening baart hier kunst al zal je merken dat je eerder veel te vroeg zal af drukken dan wel te laat. Fotograferen is tot nader order nog altijd de kunst van het wachten.

Dat geldt trouwens ook voor de piloot in kwestie. Niets is zo vervelend als 50 keer het zelfde hoekje om te gaan. Piloten die na een tiende maal onkunde van de fotograaf beginnen te vermoeden, zijn fout en mogen best weten dat de testrijders van zowel de “CustomMotorijder” als “Motorrijder” ook wel eens draaierig worden of gewoon boos. Ik weet het, ik had een vak moeten leren.

Dat je eerste foto’s slecht zullen zijn, zou ik haast normaal durven noemen. Stuur ze maar op dan huilen we met je mee.

Als het echt niet lukt, kan je nog altijd overstappen naar een videocameraatje. Niks scherpstellen en de actie staat er altijd op. Het is trouwens behoorlijk spectaculair om je video in de cockpit te bevestigen.

En als ook dat niet lukt, sta je de volgende morgen vroeg op om de vissers langs het kanaal op plaat vast te leggen. Altijd scherp en nooit bewogen… als je uit je bed kan natuurlijk…

Tekst en foto's: Erik Tanghe